Wij hadden het voorrecht een week in de wereld van de ASVZ te zijn. Waar het afscheid plaatsvond van een meneer met twee families: broers en (schoon)zussen met hun gezinnen. En de vaste begeleiders, huisgenoten en maatjes van de dagbesteding/ het werk.
We komen (heel graag) bij zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg en maken hierin diverse manieren van omgang met de dood mee.
Laatst kwamen wij een overleden bewoner overbrengen in de nacht. En moesten we heel stil zijn, want niemand mocht het merken. Als de bewoners erachter zouden komen, zouden ze zeker overstuur raken. Alert keek de begeleider tijdens de verzorging over de schouder, of er iets te horen of zien was. Vervolgens vond het afscheid plaats met enkel medewerkers. Voor de bewoners was dit te confronterend, zo werd voor hen bepaald.
Ik kan alleen maar uitleggen en aanbieden. Maar niets forceren en beweeg mee met de bestaande dynamiek en de opdrachtgever, dat is mijn plek.
Maar deze week was mijn hart zo blij om hoe het ging en kon. Bij ASVZ is één van de motto’s dat het gewone leven geleefd mag worden. En dat hebben we gemerkt. Een afscheid vormgegeven door de medewerkers met een open kist. Samen de deksel versieren en hun schat uitzwaaien aan het eind.
Verdriet, maar ook troost, op schoot, lachen en lekkers. En vooral heel veel liefde onderling tussen begeleiders, bewoners en de ‘biologische’ familie.